Geschiedenis De Kat



Verfmolen aan de Kalverringdijk (Zaanse Schans) te Zaandam

Op 11 januari 1646 verkreeg Adriaan Gerritsz. van Someren het recht van windvang, de bouwvergunning voor zijn verfmolen De Kat aan de Kalverringdijk.

In 1782 verbrandde de molen, waarna hij in korte tijd weer opgebouwd werd. Er zou nog ruim een eeuw overheen gaan tot de molen in 1904 tot stellinghoogte werd afgebroken.
Het is de vraag of het jaar 1646 als het begin van molen De Kat aangemerkt kan worden, want zoals wij de molen nu kennen, bestaat hij uit twee molens. Het (boven)achtkant van De Kat behoorde namelijk aan molen De Duinjager. Deze molen werd in 1696 als snuifmolen door Adam Jansz. Duijn gebouwd en stond aan het Oostzijderveld. In 1781 ging De Duinjager in vlammen op en werd vervolgens herbouwd. Terwijl De Duinjager nog in bedrijf was, stond de onderbouw van De Kat ogenschijnlijk nog tientallen jaren op hem te wachten.

In mei 1960 kwam er een stadsuitbreiding die tot gevolg had dat er geen plaats meer was voor De Duinjager. Toen werd het besluit genomen en was het zover dat het achtkant van De Duinjager op de schuur van de voormalige molen De Kat werd gezet.
Beide molens hebben als verfmolen gefungeerd. Daarbij is De Kat heel lang ingericht geweest voor het produceren van lijn-, raap- en andere plantaardige oliën en heeft molen De Duinjager achtereenvolgens ook verfhout, krijt en brokken steenkool vermalen.

Na de restauratie op de Kalverringdijk werd de molen aanvankelijk gebruikt voor het builen (het zeven) van zaagsel, daarna deed hij dienst als verfmolen, maar er werd ook krijt gemalen. De Kat is een perfecte aanvulling op het molenbezit van de Vereniging De Zaansche Molen op de Zaanse Schans.


Geschiedenis De Kat