Honderden, door de wind aangedreven industriemolens hebben de Zaanstreek wereldberoemd gemaakt. Vanaf de zestiende eeuw ontwikkelt zich een industriegebied langs de oevers van de Zaan, dat in de wereld zijn gelijke niet kent. Rond 1800 zijn zo’n 600 molens volop in werking. In 1811 roept Napoleon bij het zien van zoveel molens verbaasd: "Sans Pareil"!
Huis met de IJzeren Brug
Als gevolg van de voortschrijdende techniek verliezen veel molens in de loop van de negentiende eeuw hun functie en in de jaren twintig van de volgende eeuw hebben de eigenaren geen geloof meer in het behoud van molens. Wat rest, is het bewaren van tastbare molenherinneringen.
Een succesvolle tentoonstelling van Vereniging De Zaansche Molen in een Koger lagere school in 1925 én het beschikbaar komen van het Huis met de IJzeren Brug blijken belangrijke impulsen tot het oprichten van een molenmuseum, om te voorkomen dat de kennis over de ingenieuze techniek en over het vaak harde leven in en rond de molen verloren gaat.
In 1928 opent Hendrik, Prins der Nederlanden, het Molenmuseum officieel. Dit stelt zich ten doel alles te bewaren wat aan het molentijdperk herinnert: van een koperen tabaksdoos tot de sleutel van een molen, van een houten naambord tot een molenmodel, van een oude koffieketel tot...... Ten slotte groeit het uit tot een kostelijke verzameling oudheden en curiosa. Van een samenhangende verhaallijn is nog geen sprake, maar daarin heeft de vereniging sinds de jaren zeventig stap voor stap verandering gebracht: zij ordent de presentatie nu zoveel mogelijk thematisch, en voorwerpen, waarvan de betekenis duidelijker zichtbaar wordt in werkende molens, toont men aldaar.
Uitbreidingen
De vereniging heeft haar museum sinds de zeventiger jaren bovendien vergroot. In 1982 koopt zij het koopmanshuis van Oostzijde 109 aan, bouwt het weer op tegen het bestaande pand en schept daarmee ruimte voor wisseltentoonstellingen. Kort daarop, in 1989, brengt men het Molenpanorama, dat kunstschilder Frans Mars in de oorlogsjaren schilderde in molen Het Pink, over naar het Molenmuseum, na er een aparte ruimte voor te hebben aangebouwd. Alleen al dit panorama, dat een beeld geeft van de oostkant van de Zaan rond 1800, gezien vanaf het voormalige raadhuis van Koog aan de Zaan, maakt een bezoek aan het Molenmuseum de moeite waard. Ten slotte wordt in 1996 de expositiezaal met nog eens vijf meter richting de slootkant uitgebreid, met daarboven een zaal ten behoeve van kleine bijeenkomsten.
Weten hoe het werkt
In de molens laat Vereniging De Zaansche Molen zien hoe en onder welke omstandigheden er gewerkt werd - en nog steeds wordt! - en vaak ook nog de producten die zij vervaardigen. De collectie van het Molenmuseum geeft een volledig beeld van de opkomst en de neergang van de industriemolens.
Maar er is meer in het Molenmuseum. De verzameling schaalmodellen van oliemolens, papier-, pel- en houtzaagmolens is zonder meer van internationale betekenis en voor iedereen een lust voor het oog. Niet alleen voor mensen met een technische knobbel! De modellen laten zien hoe de wind door middel van de wieken in het hart van de molen een ingenieus mechaniek in werking zet. En hoe dit mechaniek per molen verschilt, afhankelijk van het product dat er wordt verwerkt.
Mede dankzij de Zaanse industriemolens kan Amsterdam als in- en uitvoerhaven floreren in voorbije eeuwen. Ook molenbazen kunnen zich een comfortabel leven veroorloven. Maar het leven langs de Zaan is niet voor alle Zaankanters even gemakkelijk. Het Molenmuseum laat zien hoe de molenaar, zijn knechten en hutjongens dag en nacht werken als er wind staat. Onder vaak barre omstandigheden: donderend balkengeraas en stank. Gaat de wind liggen, dan is er tijd voor onderhoud. En soms is het feest. En altijd dreigt het gevaar van brand door wrijving en dus hoog oplopende temperaturen. In de loop van de tijd zijn zo heel wat molens in vlammen opgegaan.
Tentoonstellingen
Het tentoonstellingsprogramma in het Molenmuseum is gevarieerd. Historische exposities wisselen af met informatieve presentatie en er is aandacht voor zowel oudere als eigentijdse kunstenaars. Tot de hoogtepunten behoort de vierjarige Japie-cyclus, een interactief programma voor jongens en meisjes van 7 tot 11 jaar.
Op de foto: het Molenmuseum kort na de verplaatsing in 1929, L.W.R. Wenckebach